Spreken is zilver, zwijgen is goud – maar niet bij scheiding

Bij een scheiding wil je het liefst dat alles eerlijk verdeeld wordt: het huis, de auto, de jukebox én de kunst aan de muur. Maar wat als één van de partners iets achterhoudt? Een vergeten beleggingsrekening? Of een doosje cash op zolder? Verzwijgen van bezitting bij scheiding?
Dan komt artikel 3:194 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek om de hoek kijken.
Wat zegt de wet eigenlijk?
Artikel 3:194 lid 2 BW bepaalt dat als iemand bij het verdelen van een gemeenschappelijk goed opzettelijk iets verzwijgt, zoekmaakt of verborgen houdt, hij of zij zijn aandeel in dat goed kan kwijtraken.
Kort gezegd: doe je alsof iets niet bestaat, terwijl het wel degelijk gedeeld bezit is? Dan ben je niet alleen je geloofwaardigheid kwijt, maar mogelijk ook je hele recht op dat stukje bezit.
Verzwijgen van bezitting bij scheiding – een voorbeeld
Stel: Piet en Sharida gaan scheiden. Ze hebben netjes hun spullen op een rij gezet: het huis, de bankrekening, de auto. Alles lijkt eerlijk verdeeld. Maar Piet heeft ook nog een kleine crypto-portefeuille op een vergeten Binance-account, waar hij op een late avond in 2021 wat bitcoin in heeft gestopt. Inmiddels is dat grapje 18.000 euro waard.
Piet besluit niks te zeggen. “Dat is toch van mij,” denkt hij, “ik heb dat zelf gekocht.” Maar helaas voor Piet: dat account valt onder de gemeenschappelijke boedel. En zodra Sharida er lucht van krijgt (bijvoorbeeld omdat Piet zijn mail open laat staan), kan ze zich beroepen op artikel 3:194 lid 2 BW.
Gevolg? Piet kan zijn hele aandeel in de crypto kwijtraken – ook het deel dat normaal gesproken van hem zou zijn geweest. Zwijgen blijkt in dit geval geen goud, maar duur verlies.
Verzwijgen van bezitting bij scheiding – en hoe lang moet Piet nu wakker liggen?
De wet geeft de andere partij vijf jaar de tijd om een vordering in te stellen vanaf het moment dat de verzwijging ontdekt is. Dus zelfs als Sharida het pas jaren later ontdekt – bijvoorbeeld bij het uitruimen van oude papieren of via een tip van een gemeenschappelijke vriend – kan ze dan alsnog stappen ondernemen.
De verjaringstermijn is dus 5 jaar vanaf ontdekking, met een absoluut maximum van 20 jaar.
Met andere woorden: wie iets opzettelijk verzwijgt, moet héél lang hopen dat de ander het nooit te weten komt.
Waarom dit belangrijk is bij een scheiding
Vertrouwen is al broos tijdens een scheiding. Deze regel zorgt ervoor dat er geen prikkels zijn om te sjoemelen. Het is dus niet alleen juridisch slim om alles op tafel te leggen, maar ook emotioneel en moreel. Je voorkomt hiermee dat de afwikkeling nóg langer duurt, of dat je ex-partner later met juridische stappen komt.
Samengevat
- Verzwijg je opzettelijk iets bij een verdeling van gezamenlijke bezittingen? Dan kun je je hele aandeel in dat goed kwijtraken.
- Artikel 3:194 lid 2 BW is een juridisch anti-sjoemelmiddel.
- Eerlijk duurt het langst. Zelfs als dat betekent dat je een vergeten spaarpotje moet delen.
Heb je vragen over dit onderwerp of zit je in een scheiding waarin dit mogelijk speelt? Neem dan contact op met Schuthof Scheidingen. Wij helpen je graag verder – met oog voor de mens, én met kennis van de regels.